//

Ondernemingen

Blind op de Gordel

 

 

Een bekende verschijning tussen al die mensen die regelmatig
‘aan de deur kwamen’ is Barend de Groot. (1887 – 1970)

Barend is blind en als hij niet in gezelschap van zijn geleidehond is,
dan is het wel één van zijn kleinkinderen die met hem van deur tot deur gaat.
Hiernaast een foto van Barend  voor de gevel van de Blindeninrichting  aan de Kalvermarkt.

Alle foto’s in dit bericht zijn afkomstig uit de albums van zijn dochter  Riet de Groot.

 

 

 

 

Eén van zijn kleinkinderen is Koos Midavaine ( 1942)

 

Het was bij ons thuis gewoon vechten met mijn broers en zussen. Wij wilden altijd wel met opa mee, de deuren langs om lootjes te verkopen. Ook vaak naar Vlissingen met de bus. Maar je mocht hem nooit helpen bij het in – en uitstappen. Dan werd hij kwaad. Hij moest en zou alles alleen doen, zonder hulp, hij wilde niet zielig zijn.

 

Op de foto Koos Midavaine, met haar tante Koos Reynierse – de Groot en een jonger zusje van Koos: Mattie Midavaine.
Met Barend de Groot staan ze hier in 1955 in  de tuin van opa aan de Langevieleweg. De hond is de geleidehond Nimmie.Barend de Groot is getrouwd met Jacoba Marinussen. Hij werkt op de plaatwerkerij van de Koninklijke Maatschappij de Schelde in Vlissingen. Een paar maanden na zijn huwelijk in 1911 krijgt hij tijdens het werk ijzer in zijn oog. Dat oog raakt zo erg beschadigd, zodat hij er niets meer mee kan zien.

Zijn dochter Riet de Groot 1932)

Na acht jaar begon dat andere oog van pa te ontsteken. Hij is toen naar een Ooglijdersgesticht in Schiedam gegaan en toen hij na een jaar terug kwam was hij helemaal blind.
Als hij over straat moest, was hij altijd afhankelijk van zijn gezinsleden. Hoe lang dat geduurd heeft weet ik niet meer.
Maar ik weet wel dat zijn eerste geleidehond Nimmie heette.
Pa moest toen een poos naar Amsterdam om te leren leven met zijn hond. Nimmie was
bij mekaar gespaard met zilverpapier!

 

 

En dat klopt!

In de eerste helft van de 19de eeuw is zilverpapier sparen bijna even normaal als tegenwoordig het sparen van lege flessen voor de glasbak. Zilverpapier is dan niet hetzelfde als het tegenwoordige aluminiumfolie. Dat vroegere zilverpapier bestond uit stanniool, ook wel bladtin genoemd. Dat is zeer dun gewalst tin, dat als verpakkingsmateriaal werd gebruikt. Het materiaal is zeer goed te her -gebruiken en dus werd het in het zuinige na-oorlogse Nederland driftig gespaard.
Jan-Willem Antheunisse:

Ook wij spaarden zilverpapier. Soms zat er aan een kant papier op gelijmd, zoals bij sigaretten en shag. Dan ging die verpakking een poosje de kolenkachel in, tot het papier verbrand was en er een schoon stuk zilverpapier overbleef. ’s Zondags ging het spul mee naar zondagsschool waar het werd ingezameld en uiteindelijk werd verkocht.

De opbrengst ging altijd naar goede doelen zoals de Nederlandse Blindenbond. Een landelijke instelling die opkwam voor de belangen van blinden en slechtzienden. In heel Nederland organiseerde deze bond filmavonden, liet dorpsfilms vervaardigen, zocht donateurs en koos bewust niet voor het rondgaan met een collectebus om de kas te spekken. Dat zou te veel weg hebben van liefdadigheid en dat wilde men vermijden. Een van de doelen was juist de emancipatie van de blinde.
In het verlengde van deze filosofie moeten we de werkplaats zien waar onze Barend de Groot een flink deel van zijn leven sleet.
Helaas is het tot nu toe niet gelukt om van de Middelburgse Blindeninrichting een foto op de kop te tikken. Het gebouw stond op de toenmalige Kalvermarkt, op de plek waar nu in de Koestraat de het gebouw staat waar studenten van de Roosevelt Academy in wonen.In dit gebouw werken in de jaren ’50 naast Barend de Groot nog een vijftal blinden. Ze vlechten er deurmatten, maken mattenkloppers  allerlei borstel, weven er thee- en handdoeken en matten er stoelen. Hun producten zijn te koop maar de blinden weten hun producten ook op een lucratievere manier aan de man te brengen. In het najaar gaan ze de deuren langs om loten te verkopen. Tegen de kerst vindt de jaarlijkse trekking plaats waarvan de uitslag in de Zeeuwse dagbladen is terug te vinden.

Hiernaast de jaarlijkse uitslag zoals die in december in alle Zeeuwse dagbladen werd afgedrukt.
(bron:www.krantenbankzeeland.nl)

 

 

 

 

Discussie

5 Reacties aan “Blind op de Gordel”

  1. Kan me de Middelburgse Blindeninrichting nog goed herinneren uit mijn kinderjaren. Er werd eens een man aan de arm naar toegeleid die steeds maar riep: “Ze nemen me mee, ze nemen me mee”- ik hoor hem nog. Er staan trouwens foto’s van de blindeninrichting bij de Beeldbank Zeeland Zeeuwse Bibliotheek – tik bij zoeken “Middelburg Kalvermarkt” in et voila.

    Geplaatst door rob van hese | 4 oktober 2012, 07:58
    • Beste Rob,
      Dank voor je reactie.
      Ik had die foto’s op de Beeldbank wel gezien. Maar het liefst heb ik foto’s uit de Jaren ’50. Ik moet er nog eens iets op bedenken, een link erheen of zoiets.
      Ja, en dan die meneer waarover je het hebt. Ik denk dat het meneer Krijtenberg is. Die woonde op de Oude Koudekerkseweg en ik heb hem vaak gezien bij “de Kom’, of het ‘Kommetje’. Een soort spuikom bij de Oude Veerseweg in de buurt. Daar zat hij nogal eens stenen te bikken. Ik denk oorlogspuin. Half huilend riep hij steeds: “ze komme me halen….Ik wor opgebrocht……” Met open mond stonden wij kinderen hem van een afstand te bekijken en snapten er niks van. Sensatie was het wel.
      Of hij iets met de blindeninrichting te maken had, dat weet ik niet. In ieder geval een soort ‘Paradijsvogel’.En die liepen er toen heel wat rond in Middelburg. Nieuwsgierig is er al bij me geïnformeerd of ik wat ga doen met Kootje Tissink en Kees van Tol. Nou reken maar.

      Geplaatst door janwillem | 4 oktober 2012, 21:20
      • Ook op mij heeft deze man (Als het hem tenminste is) veel indruk gemaakt.
        In de jaren 50 speelden wij rond de Oostkerk en daar kwam hij ook wel eens langs.
        In mijn gedachten achter een handkar.
        Ze nemen me toch nie mee ee.
        Ik denk daar af en toe nog wel eens aan.

        Geplaatst door Wim van Iren | 5 oktober 2012, 12:32
        • Over de reacties op meneer Krijtenberg:
          Ik herinnerde mij dat ik ooit eerder iets had gepubliceerd over hem. Ik heb het gevonden:

          Johan en Jan-Willem Antheunisse worden in september 1954 door een buurvrouw naar de kleuterschool in de Singelstraat gebracht. Hun ma had geen tijd. Daar freubelt dan juf Tannie de Jong en juf Ruitenbeek. Het is een voormalig woonhuis met hoge kamers die als lokalen zijn ingericht. De tuin dient soms als speelplaats, maar voor gezond bewegen wordt gekozen voor een klassikale wandeling door het centrum van de stad. Soms ging de tocht over het Arnemuids Voetpad, richting ‘Het Kommetje’, de spuikom van het rioolwater, waar in de zomer naar hartelust werd gezwommen door de kinderen uit die buurt. Bij die spuikom lag nog veel puin opgeslagen van in de oorlog verwoeste Middelburgse panden. De stenen die daarvan nog konden worden hergebruikt werden ter plekke afgebikt. Grote indruk daar maakte meneer Krijtenberg. Hij zat huilend en klagend stenen te bikken onder het roepen van kreten als: ‘Ze komen me halen! Ik word opgebracht!’ Meneer Krijtenberg blijkt bij navraag een psychisch gestoorde man die in die tijd bij zijn zuster inwoonde op de Oude Koudekerkseweg.

          Geplaatst door janwillem | 9 oktober 2012, 21:21
  2. Krijtenberg kwam in zijn ribcordpak met fietspet op en zijn katoenen boterhamzak dagelijks voorbij ons huis in de Domburgse Schuitvlot. Met de welbekende jammerde klaagzang ‘ze brengen me toch niet weg hé?’ Wanneer mijn vader buiten aan het karweien was, en Krijtenberg kwam voorbij dan zei hij: ‘den Hollander’ ze brengen me toch niet weg hé? Vader antwoordde dan steevast ben je mal man, ze moeten je daar niet eens hebben. Krijtenberg draaide dan tevreden zich om, om na een paar passen verder weer tot zijn jammerende klaagzang over te gaan. Vader wist ook te vertellen dat hij in het verleden voorman bij Alberts was geweest.

    Geplaatst door Jan den Hollander | 11 oktober 2012, 21:30

Post a Comment