Gebeurtenissen

Zeereuzen aan de Loskade

Begin 1958 wordt Middelburg vereerd met de komst van een enorm vrachtschip: de Afros. Een Grieks vrachtschip, varend onder Panamese vlag. De ‘Nolle’ , de ‘En Avant’ en de ‘Holland’ slepen deze kolos van Vlissingen door het Kanaal door Walcheren naar de Loskade. Eigenlijk is het veel te groot voor Middelburg. Het kon amper de Stationsbrug passeren. Het gaat hier dan ook om een uitzonderlijke situatie. Het schip is een zogenaamd  ’Libertyschip’  en het zal aan de Loskade opgelegd worden.

Libertyschepen

Collectie Beeldbank Zeeuwse Bibliotheek

Dit zijn vrachtschepen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amerika zijn gebouwd. Liefst 2751 van dit type schepen, allemaal gebouwd volgens een en dezelfde bouwtekening,  gleden tussen 1941 en 1945 van Amerikaanse scheepswerven. Het zijn allemaal vrachtschepen, ontworpen om vijf jaar mee te gaan.
Engeland had in die tijd grote behoefte aan vrachtschepen omdat er veel verloren gingen door aanvallen van Duitse U-boten en op hun beurt hadden de Amerikanen ook grote behoefte aan schepen voor hun eigen transporten. Na de oorlog zal blijken dat de schepen echter veel langer meegaan dan de geplande vijf jaar.

Opgelegd

Rond 1958 treedt er een wereldwijde daling op van de vrachtprijzen. Juist de Libertyschepen moeten het dan ontgelden.  Ze zijn trager en daardoor duurder dan de modernere schepen. Veel eigenaren van deze Libertyschepen nemen hun schip uit de vaart. Dat maakt financieel behoorlijk uit. Standaard bestaat het personeel van zo’n Libertyschip uit 40 koppen. Als je als reder dat schip dan uit de vaart neemt bespaar je op personeel en brandstof. In dat geval is het schip opgelegd.

De Afros is in 1944 van stapel gelopen en is tijdens de oorlog gebruikt voor het vervoer van legervoorraden van Amerika naar Europa.
In juli 1958  meert er een tweede Libertyschip af: de Despina. Het wordt naast de Afros gelegd om te voorkomen dat de twee schepen te veel  loswal in beslag nemen.

Anderhalf jaar zullen deze twee schepen de blikvangers zijn op de Loskade. Eind 1959 worden ze opnieuw in de vaart genomen.

collectie Beeldbank Zeeuwse Bibliotheek

 

Op 15 oktober wordt de ‘Afros’ richting Vlissingen gesleept door de sleepboten ‘Nolle’, ‘En Avant’en ‘Argus’. Vandaar gaat het naar Rotterdam waar het weer reisvaardig zal worden gemaakt.

Jan-Willem Antheunisse:

Die eerste weken was iedereen welkom aan boord. Aan een takel hing er langs de scheepswand een ijzeren trap waardoor je op een veilige manier vanaf de Loskade op het schip kon komen. Als kind dat in de buurt woonde en voor wie de Loskade de achtertuin was, ben ik uiteraard ook een aantal keren aan boord geweest. Zoals ieder kind spaarde ik van alles in die tijd. Ook lucifermerken. Aan boord zag ik die mannen sigaretten aan steken met lucifers die ze uit doosjes haalden met exotische merken.

Zonder ook maar een ‘woord over de grens’ te spreken wist ik die mannen aan het verstand te peuteren dat ik graag hun lege luciferdoosje wilden hebben. Zo werd mijn afdeling ‘buitenlandse merken’ aardig uitgebreid.

Discussie

8 Reacties aan “Zeereuzen aan de Loskade”

  1. Leuk, dit herinnerd mij aan mijn tijd op de LTS. Vanuit de dependance, aan de Singelstraat, gingen we tijdens de lunchpauze naar deze bezienswaardigheid kijken. Het was een welkome afwisseling voor het bezoek aan de houtvlotten in het water van de Dam. Er hebben volgens mijn herinnering ook nog van deze liberty schepen in het huidige Veersemeer, bij de Piet afgemeerd gelegen.

    Geplaatst door Cees Verstraate | 25 juli 2012, 11:43
    • Beste Cees,
      Leuk, je reactie.
      Het klopt hoor wat je schrijft. Er zijn toen een aantal van die schepen in de Zandkreek opgelegd. Het was voor 1960, voordat het Veerse Gat en de Zandkreek werden afgedamd.

      Geplaatst door Jan-Willem | 26 juli 2012, 21:40
  2. ja ik kan mij dat nog goed herineren en ook dat we daar sigaretten kregen en goedkoop bier
    er lagen in het sloegebied ook nog van die schepen

    Geplaatst door kees lems | 25 juli 2012, 18:57
  3. Ook ik was daar bijna ideredag op de
    Afros,wand een van die mensen nicolas kwam veel bij mijn vader en moeder thuis,ik hat daar zelfs een eigen hut.

    Geplaatst door Bertus Boer | 9 december 2015, 22:37
  4. Hallo Jan-Willem.

    Er zijn in totaal 4 schepen opgelegd geweest.
    De Afros was er van 19-02-1958 tot 14-10-1959.
    De Despina van 02-07-1958 tot 10-06-1959.
    De Carlshamn van 24-11-1959 tot 09-02-1961.
    De Lorient van 17-03-1960 tot 08-01-1961.

    De Carlshamn was een Zweedse tanker van 8612 ton.
    Het was eigendom van A.S. Sven Salen te Stockholm en was van tevoren schoongemaakt bij tank-cleaning instalatie in Vlissingen.

    Groet, Adri Wirtz.
    Oud bewoner Eigenhaardstraat 35.

    Geplaatst door Adri Wirtz | 21 december 2015, 16:42
  5. Wanneer wij zomers op vakantie naar Zoutelande gingen, zag ik als jongetje van 10-11 jaar bij het binnenrijden van Middelburg, deze schepen altijd liggen.

    “Helemaal uit Panama!”, oh wat vond ik schepen altijd spannend!

    Later voer ik zelf mee naar de verre warme landen achter de horizon en ben daar gebleven.

    Geplaatst door Felikes | 1 oktober 2019, 04:44
  6. Wonend in de Eigenhaardstraat in de jaren 50 was je speelgebied als opgroeiend jongetje schier eindeloos. De top van vertier bood toch wel de Loskade, Loskaai zoals wij zeiden. Toen daar in 1958 die Liberty-schepen aangemeerd werden kreeg die kaai extra allure en aantrekkingskracht. Ik hoorde niet tot de gelukkigen die daar ooit aan boord was. Dat beeld mis ik dan nu ook, maar wel zie ik nog Charles Geljon, een durfal boven in de schoorsteen van de Afros koppeltje duiken!

    Geplaatst door John Caljouw | 14 september 2020, 13:51
  7. J´ai rendezvous avec vous
    De kist
    Op een dag zag ik voor het huis van de familie Geljon een grote houten kist staan. Een manshoge en vierkante kist. Verwonderd keek ik er naar. Even later gonsde het door de straat: Geljon gaat emigreren. Naar Canada!
    Geljon woonde naast Jo Ludikuijze, de melkboer. Ludekuuze zoals wij zeiden. Jo de Melkboer. Ik zie hem nog voor me. Jo leurde losse melk in grote melkbussen op zijn bakfiets. Hij was altijd vrolijk en had een welluidende stem die galmde door de straat. Als hij aan de deur kwam gaf mijn moeder hem een pan of een kan en die bracht hij gevuld met melk weer terug. Tot op de dag van vandaag ben ik nog dol op melk. Naast Jo´s huis was er een poortje, het poortje van Jo. Het was niet bestraat en met Pietje Buijs knikkerde ik daar vaak. Pietje klepperde bij ons altijd aan de brievenbus en riep erdoor: “Sonnie kom je spelen?”
    De familie Geljon woonde naast Jo Ludekuuze. Van ons huis uit gezien aan de overkant, rechts richting Noorpoortstraat. Moeder Geljon was een stevige, pronte vrouw met koperkleurig haar. Zo zie ik haar nog in de deuropening staan. Bij ons thuis werd ze Dikke Siene genoemd. Hun zoontje heette Charles. Sjarl Geljon was een klein beweegelijk ventje en durfde alles. Hij hoorde bij die kinderzwerm die vaak in los verband met elkaar speelde: Circusje in de graanloods aan de Oude Werfstraat, voetballen met de lichtgrijze garagedeuren als goal op de Goese Korennmarkt. Dat klonk lekker als er gescoord werd. Plek van avontuur echter waren de Balkers ofwel de Loskaai waar o.a. enorme balken en stapels planken lagen. Tonnie Burgs probeerde eens op zo´n stapel te klimmen en kreeg vallend een lading planken over zich heen. Het was voor het eerst dat ik van een sleutelbeen hoorde, want dat had hij gebroken.
    In juli 1958 lagen er 2 zeekolossen aan de Loskade afgemeerd, de zogenaamde Liberty-schepen: de Afros en de Despina. Het waren Amerikaanse schepen die tijdens de oorlog legervoorraden van Amerika naar Europa hadden vervoerd en sindsdien ut de vaart waren genomen.
    In De Middelburgse Grachtengordel schrijft Thomas (Admin) dat het publiek in het begin de Afros mocht bezichtigen. Mijn vader had die mogelijkheid aan moeten grijpen en broer Frits en mij daar mee naar toe moeten nemen, maar dat is niet gebeurd dus konden wij als jongetjes slechts naar die enorme boten kijken en zorgen dat je niet tussen wal en schip terecht kwam, want zo wisten wij, dan zou je verzuipen.
    Sjarl Geljon wist toch op de een of andere manier aan boord te komen van de door de bemanning al lang verlaten Afros. Met een groepje jongens keken wij hoe hij tot boven in de schoorsteenpijp klom on daar vol lef capriolen uit te halen. Als een circus artiest in de trapeze zagen we hem aan een staaf in de pijp koppeltje duiken.
    Zoals gezegd: de familie Geljon emigreerde naar het verre onbekende Canada en Sjarl, de waaghals zag ik nooit meer.

    Geplaatst door John Caljouw | 15 september 2020, 08:38

Post a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.